Een hol voor Mol

Hieke van der Werff

 

 

Kinderboeken, voorlees- en schrijftips

Een Hol voor Mol Iris Complet

illustraties Anita van den Bogaart; uitgeverij De Vier Windstreken (2012)

 

Inhoud: Mol is bang in het donker- niet zo handig met een hol onder de grond! Daarom besluit hij te verhuizen. Hij gaat naar de kikker, de spin, de eekhoorn, de slak en de kip, maar hun huizen zijn allemaal niet geschikt voor Mol. Waar kan hij dan wel wonen?’

 

Een Hol voor Mol is een mooi en vrolijk geïllustreerd boek. Op elke bladzijde valt veel te ontdekken en de tekeningen zijn vaak vanuit een origineel perspectief. Het verhaal is zorgvuldig opgebouwd. Elke keer kan de mol niet bij een ander dier gaan wonen, omdat de woonplek om uiteenlopende redenen niet geschikt voor hem is. In het verhaal komen sommige zinnen steeds precies hetzelfde of met een uitbreiding terug. De hoeveelheid tekst per bladzijde is goed gedoseerd. Het verhaal maakt ook nieuwsgierig: hoe zal het voor Mol aflopen? Leuk voor kinderen van 3-6 jaar.

Thema’s: bang zijn; bij elkaar horen

 

Activiteiten bij Een hol voor mol.

Taal:

Woordenschat. Geef aandacht aan mogelijk onbekende woorden: molshoop, bubbels, wier, splinter. Wijs aan, leg uit of doe voor.

Vragen: waarom kon Mol niet bij de kikker, spin, eekhoorn, slak en kip wonen?

Herkenning: Mol is bang in het donker? Ben jij dat ook wel eens? Wat kun je doen?

Wat vind je thuis een veilig plekje? Heb je een lievelingsplekje?

Rijmen: Wat rijmt er op hol? Noem steeds een woord. De kinderen klappen in hun handen als het rijmt = als het ook op ol eindigt.

Mol- hollen- vol- kool- dol- tol- bellen- rol- hondendrol- pol- zolder- wol- knol- kolder- lol

(Biedt het evt. in zinnen aan: De Mol vond het er veel te vol/ de mol begon te hollen/..)

 

Drama:

Toneel. Laat een aantal kinderen het verhaal naspelen. Bedenk toepasselijke holletjes, bijv. een blauw kussen/papier voor de kikker. Een tafeltje als boom. Een doos als slakkenhuis. Een touw/draad als stok in het kippenhok. Of neem evt. hoepels als woonplekken.

 

Beeldend:

Een hol bouwen: laat de kinderen in de kamer of klas een hol maken met behulp van doeken, dekens, kussens e.d. Geef opdracht om er een gezellige,veilige plek van te maken waarin een paar kinderen zich elke dag kunnen terugtrekken (met Een Hol voor Mol?).

Collage. Nodig; (speelgoed)tijdschriften. Laat de kinderen een hol voor zichzelf tekenen en erin tekenen en plakken wat zij allemaal gezellig vinden. Daarna aan elkaar erover laten vertellen.

 

Spel:

Spinnenweb: nodig: een bol wol. De kinderen staan in een kring. Eén kind krijgt een bol wol en draait het uiteinde goed om zijn hand. Hij gooit de bol wol naar een kind aan de overkant. Die doet ook de draad om zijn hand heen en gooit de bol naar weer een ander kind (enigszins tegenover hem). De bol wordt steeds doorgegooid en zo ontstaat er een reuzenweb!