Haas wil worteltjestaart

Hieke van der Werff

 

 

Kinderboeken, voorlees- en schrijftips

Haas wil worteltjestaart, Annemarie Bon en Gertie Jaquet, Uitgeverij the house of books, 2012

 

Haas heeft heel veel zin in worteltjestaart. Hij gaat naar Bakker Big, maar die verkoopt ze niet. Gelukkig heeft de bakker wel een recept van worteltjestaart voor Haas. Haas wil vervolgens zelf de taart gaan bakken, maar groenteboer Rat heeft geen wortels! Haas besluit zelf de worteltjes te kweken, maar dat duurt lang, heel erg lang… Zal Haas ooit nog van worteltjestaart smullen?

Haas wil worteltjestaart is een mooi, sfeervol prentenboek met paginagrote tekeningen. De mimiek van Haas is steeds goed uitgebeeld. De tekst staat in de illustraties. Het verhaal is eenvoudig en ook leerzaam: waar komen wortels vandaan en hoe groeien ze? Ook geschikt om met de kinderen over geduld te praten. Na het verhaal volgt een recept van worteltjestaart! Er zijn meerdere boeken over Haas. Zie hierishaas.nl

 

Taal:

Woordenschat: besteed zo nodig aandacht aan romig, kruidig, smelten, vlaai, kaneel, peultjes/broccoli/ asperges/rucola, glazuur, klutsen, boenen, raspen, gaar, aanbranden, complimenten.

Vragen: Laat je kind het verhaal navertellen. Stel zo nodig hulpvragen.

Praat ook over geduld. Wanneer moet jij (thuis en op school) geduld hebben? Is dat gemakkelijk of moeilijk? Kun je geduld oefenen? Hoe dan? (Kinderen kunnen hierin van elkaar leren: ‘ik ga aan iets heel leuks denken als ik even moet wachten’)

 

Drama: 1.Samen het verhaal naspelen (iedereen is Haas): allemaal zin hebben in w…, naar de bakker gaan, teleurgesteld zijn, een recept lezen, naar de groenteboer gaan, zaad in de grond doen, kijken, slapen, kijken, slapen,… groen loof uit de grond trekken, verbaasd zijn door het zien van worteltjes, taart maken (wat nodig?), met zijn allen taart smullen!

2.Richt in een hoek een groentewinkel in, met kassa e.d. Laat de kinderen winkeltje spelen

 

Beeldend: een lekkere, kleurrijke taart tekenen en kleuren of kleien of een taart bakken!

 

Spel: Waar komt het vandaan: uit de tuin/de natuur of uit de fabriek? Laat de kinderen eerst een aantal dingen uit de klas/woonkamer noemen die uit de fabriek komen of uit de tuin. Daarna ga je zelf een aantal dingen noemen. Als het iets uit de tuin is, moeten ze een doen alsof ze scheppen of harken. Als het iets uit de fabriek is, moeten ze hun handen om elkaar heen laten draaien. Noem bijvoorbeeld: aardbeien, fietsband, eieren, broccoli, vloerkleed, rozijnen, sla, mikado,

 

Natuur: Dat zal duidelijk zijn: zelf worteltjes zaaien… en wachten (begieten, onkruid wieden) ..en wachten.. en tot slot oogsten en een worteltjestaart maken. Je kunt natuurlijk ook daarnaast iets ‘snellers’ kweken. Of als alternatief naar een volkstuinencomplex gaan. Of naar de groenteafdeling van een supermarkt…?