Een groen Kwerstfeest

Hieke van der Werff

 

 

Kinderboeken, voorlees- en schrijftips

 

Na Een groen Kwerstfeest:

Geef bij peuters aandacht aan woordenschat: wat is... een appelflap?/ een k(w)aartje/ k(w)erstfeest?

glinsteren, glimmen, proosten.

Inhoud: Wat is er aan de hand? Waarom heeft Hodde Hop een … op zijn kop? Wat is Kerstfeest? Vier jij ook Kerstfeest? Wat deed kikker Kimberley allemaal? Waarom sprong Hap het water in? Was dat nodig? Wat vond kikker Kimberley van Haps sprong? Trek jij ook mooie kleren aan als je naar een feest gaat? Wat vind jij mooi?

Taal van het hart

Moed: als je iets doet, ook al ben je bang of al is het iets nieuws, laat je moed zien. Wie laat er in dit verhaal moed zien? Of vond je het te moedig? Overmoedig?

Vrijgevig: als je iemand ‘zomaar’ iets geeft (en je wil er niets voor terug). Wie liet dat in dit verhaal zien?

 

Activiteiten bij Een groene Kwerst.

We verdelen de activiteiten altijd in: drama, taal, beeldend, overig, bewegen en muziek.

Onderaan staan ook activiteiten bij het speelschort/verrasjas

 

Drama: Beeld met zijn allen tegelijk de bewegingen van het verhaal uit en benoem ze tegelijkertijd. Wijs van te voren aan wie apart staat en Kimberley mag spelen en wie als Hap in het water springt:

appelflap eten, kaartjes uitdelen en bekijken, je mooi maken (wassen/haren kammen, mooie kleren aan), naar de vijver lopen, een zitplekje zoeken, opschuiven, vol bewondering kijken (Kimberley zingt, Kimberley danst, K. springt in de vijver). Hap springt in het water, allemaal roepen: redt hem! Kimberley redt hem en geeft een zoen. Allemaal klappen!

Nog een keer? Wie wil nu Kimberley zijn?

Taal:

Woordenschat – geheugenspel

Voorbereiding: Stop in een doosje (of hoed?) voorwerpen of aantal kleine kaartjes met de afbeeldingen van: Een kikker, een kerstboom, parels, een hoge hoed, toegangskaartjes, vijver, varken, haasje.

Laat een kind de voorwerpen of afbeeldingen tevoorschijn halen, benoemen en aan de andere kinderen laten zien. Leg alle kaartjes/voorw. in het midden en zeg dat zij ze goed moeten onthouden. Leg er een zakdoek overheen en laat de kinderen de ogen sluiten. Het kind mag één kaartje wegpakken en in het doosje verstoppen. De anderen doen de ogen open en bedenken welk kaartje verdwenen is.

(Wanneer u dit voor het eerst doet, misschien minder kaartjes gebruiken en langzaamaan opvoeren. Kunnen ze meer dan zeven aan, dan bijvoorbeeld varken en haasje erbij doen of afbeeldingen van ander gereedschap.)

Beeldend

Knutselen: zie elas.infoteur.nl

 

Tekenen: Hoe ziet jouw mooiste kerstboom eruit?

 

Overig:

Natuur:

Wat hangt er in het verhaal in de Kerstboom. (kikkerdrillen) Wat zijn dat? Kijk samen naar afbeeldingen op internet/wikipedia en leg uit.

Bewegen:

Kunnen de kinderen net zoals Kimberley staan? Op één been en vervolgens het andere been naar achteren steken? Welke bewegingen maakte ze nog meer? Wie kan dat?

In plaats van salto koprol op een mat doen.

 

Muziek: Muziekspelletjes:

Flessen vullen met water (verschillende hoeveelheden). Stokjes erbij geven. De kinderen kunnen proberen de flessen op volgorde van lage naar hoge tonen te zetten.

Verder kunnen ze zelf melodietjes maken. Je zou met elkaar een notatiesysteem kunnen bedenken; gekleurde stippen op de flessen plakken; op een papiertje het eigen melodietje schrijven. Bijvoorbeeld: drie gele stippen, één keer rood, één keer geel, één keer rood, één keer geel enzovoorts. Zo kan het ook andersom, melodietjes noteren met stippen die de kinderen na kunnen spelen. Eventueel kunnen er nog afspraken worden gemaakt over ‘dikke stippen’ klinken hard, ‘dunne stipjes’ klinken zacht. Grote stippen klinken langzaam en kleine stipjes klinken snel.

 

Activiteiten bij het speelschort:

Eén kind krijgt de verrasjas aan, met voorkant of achterkant

vóór en mag kijken wat erin zit.

Drama, taal, beeldend en overig: bij voorkant.

Bewegen en muziek: bij achterkant.

U kunt twee of drie activiteiten van te voren uitkiezen.

Drama

Verhaal naspelen

Voorbereiding: in de jas zitten varken Hap en haasje Hodde Hop. Op een tafeltje legt u groen crêpepapier en een stuk blauw (vijver). U heeft zelf kikker Kimberley.

Vraag of het kind met de twee poppetjes het stukje wil spelen, dat haasje Hodde varken Hap komt ophalen. Ze lopen dan vanaf het huis op de jas over de tafel naar de vijver. U gaat zelf als Kimberley optreden (zingen en gek bewegen;succes!:-)) en springt daarna in het water. Het varken springt u na en u redt hem en geeft hem een zoen.

Poppenkast

In de Jas zitten de drie poppetjes. U kunt zelf eerst het verhaal na-spelen, samen met een kind? En het later door de kinderen zelf laten doen.

Taal: (kleuters)

In de jas zit een kikker.

Het kind moet elke keer de kikker omhoog doen, als u een woord fout zegt.

Zeg dat u een aantal woorden noemt. Als u het goed zegt, moeten de kinderen het woord nazeggen. Als u het als kikker (met kw..) een woord fout zegt, moeten ze Kikker! roepen. En het kind tilt de kikker op!

Kerstfeest; Kwerstfeest; kaartje; kwaartje; kwebbelen; kwispelen; kwijt; kwoekje; kwinderen;

kwartier; kwajongen; kwal; kwameel. (wat is kwebbelen? kwajongen? kwartier?)

 

Beeldend:

In de jas zitten of kleurpotloden of onderdelen van een knutselwerk(kerstboom?) die u hen wilt laten maken. U vraagt het kind wat hij allemaal in een kerstboom kan tekenen.

Overig: Concentreren en onthouden. Doorgeefzin met toverstaf:

Wat kan er allemaal uit een boom vallen? Het kind dat aan de beurt is, krijgt de toverstaf

Laat één kind beginnen: ‘ik sta bij de boom.’ De andere kinderen: ‘en wat hangt erin?’ Het kind zwaait met de toverstaf en zegt bijv.: ‘een kerstbal!’

Volgende kind: 'Ik sta bij de boom.' De anderen: ‘en wat hangt erin?' Het kind: ‘een kerstbal en een ster.’ Het herhaalt en noemt/tovert iets nieuws. Zo steeds verder gaan.

Hoe lang weten ze alle voorwerpen nog te noemen? Laat de kinderen elkaar – zo nodig - helpen.

 

Muziek.

Hard / zacht zingen:

In de jas zit Kimberley en een klein parapluutje.

Liedjes bijvoorbeeld: ‘Dag kleine kikker bij ons in de sloot’ of ‘Er zaten zeven kikkertjes’.

 

Kimberley heeft een parapluutje; als het parapluutje dicht is zingen de kinderen heel zachtjes, als het open is zingen ze hard. Daartussen in moeten ze het volume aanpassen. Bij bepaalde stukjes in het liedje het parapluutje langzaam open schuiven. De kinderen moeten het parapluutje scherp in de gaten houden en zo zingen ze harder of zachter. Het liedje wordt er direct een stuk spannender van.

 

U zingt het tweede couplet. Zing het nog een keer en laat de andere kinderen het tweede couplet meezingen. Tot slot wijst na het eerste couplet het kind met de jas een ander kind aan dat het tweede couplet zingt.

Ik ben varken Hap

Daar komt haasje Hop.

Goeiemorgen Hodde Hop,

Wat heb jij nou op je kop?

 

Ik zal het je vertellen.

Luister je graag?

Het is ….(een hoed)

Dat is het vandaag.

(peuters) U leest de tekst voor en bedenkt een melodietje. U zingt het een paar keer en vraagt de kinderen mee te doen. Het kind mag de vingerpoppetjes op stokjes laten meebewegen.

 

 

Verteltafel:

Spel: Leg de Jas met vingerpoppetjes bij de boom. Zo kunnen kinderen wanneer ze willen het verhaal of een eigen verhaal in de ruimte spelen. Leg dikke stokjes/stiften o.i.d. neer zodat ze daarop de vingerpoppetjes kunnen doen. Dat speelt gemakkelijker.